Posts tonen met het label verkeer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verkeer. Alle posts tonen

woensdag 28 maart 2012

Contrast

Het kernwoord van mijn reis naar Uganda is contrast. Soms zijn de vele grote verschillen tussen mijn dagelijkse leefomstandigheden en die van mijn vrienden in Uganda te begrijpen, meestal niet.
on the road, Mubende
Als je uit een strak georganiseerd Europees land komt is het verkeer in Uganda echt ´een ramp´. Zoveel auto’s op slechts enkele wegen waarvan er nog minder geasfalteerd zijn. Ook op zondag, de rustigste dag van de week, is Kampala doorkruizen geen pretje. Na bijna drie uur vast te hebben gestaan in een ongeorganiseerde mierenhoop, in de zinderende zon, is het echt een kunst op rustig te blijven.

Ook het stof van Uganda roept het woord contrast op. Totaal verregend ben ik eind januari de trein naar Schiphol ingestapt, om uit te stappen in een land waar zelfs de acacia’s dorst hebben. Het heeft al maanden niet geregend en alles, maar dan ook alles zit onder het rood bruine stof. Het zit overal: in je haren, je neus, je longen maar ook de bilspleet is niet stofvrij. En dan de gevolgen voor de watervoorziening door deze aanhoudende droogte: nog meer waterbronnen staan droog waardoor vrouwen en kinderen nog langer moeten lopen om hun jerrycan te vullen. 
op platteland bij Fort Portal
In Uganda is het contrast ook groot. Rijk en arm, stad en platteland. We hadden kunnen zwemmen in een privézwembad tijdens een lunch bij een hoge ambtenaar. Maar denkend aan de slechte watervoorziening van vele Ugandezen, had ik spontaan geen zin meer in een frisse duik.
Op het platteland zijn de wegen voornamelijk zandwegen. Wat is er mis met zandwegen zul je denken, maar als ze lijken op een vulkaanlandschap met kraters, kom je daar vele blauwe plekken later, op terug.
regio Kibaale
Steden als Kampala en Mukono en haar buitenwijken hebben opvallend veel bewoners. Waar ik ook loop zijn altijd en overal mensen. Jong, oud of ergens in het midden liggen, staan of hangen ergens. Maar tijdens een ritje op een boda-boda in de regio Kibaale, kom je soms alleen koeien tegen. Als laatste: de armoede. Ze is ´killing´, letterlijk en figuurlijk. Te veel mensen hebben helemaal niets. Voor HIV/AIDS geldt het tegenovergestelde: te veel mensen hebben het juist wel. En de wereld kijkt toe.

Zoals ik al zei: sommige contrasten zijn te begrijpen, maar de meeste helemaal niet.



zaterdag 11 februari 2012

Boda-boda




Boda-boda.
De boda-boda is een populair vervoersmiddel in Uganda. Iedereen en alles maakt gebruikt van deze brommerboys omdat ze goedkoop en snel zijn. Vooral dat laatste vergroot hun populariteit enorm. Het verkeer in Uganda is namelijk een chaos waarin urenlange files aan de orde van de dag zijn. De boda-bodaboys hebben hier geen boodschap aan en rijden lachend tussen de wachtende auto’s door, ook als er geen ruimte is.
 

Op de tweede dag van mijn verblijf in Katooke, een buitenwijk van Kampala, moet ik eraan geloven. In verband met een zoekgeraakte koffer moeten we, Jacky en ik, naar Kampala-city en daar kom je het snelst met een boda-boda. In eerste instantie heb ik behoorlijke twijfels over de brommerboys. Ze rijden, gezien door mijn witte ogen, als ‘gekken’. Maar mijn grootste zorg is het verkeer in Kampala. Het verkeer is namelijk: MAD! en daar moeten we doorheen.

Een beetje onzeker stap ik achterop, rekening houdend met de knalpot want daar heb ik me in het verleden lelijk aan gebrand. De eerste 10 minuten rijden we heel relaxed over zandweggetjes met gigantische gaten en geniet ik van de frisse bries door mijn haren. Het lijkt alsof mijn chauffeur weet dat het mijn vuurdoop is. Na verloop van tijd neemt hij echter zijn oude rijstijl weer aan. Hij gaat steeds sneller rijden waardoor ik het gevoel heb alsof ik deelneem aan Parijs-Dakar, een autorally waarbij ieder jaar doden vallen. Tijdens de wilde rit word ik vriendelijk nageroepen door de locale bevolking alsof ik een bekende Nederlander ben.

Als we Kampala-road, de levensader van de hoofdstad, naderen wordt het erg druk op de weg. Personenauto’s, vrachtauto’s, matatu’s (gedeelde taxibusjes) en nog veel meer boda-boda’s proberen allemaal op hetzelfde moment en langs de zelfde weg, de stad binnen te komen. Lange files en veel getoeter tot gevolg. Mijn chauffeur lijkt in zijn element; hij manoeuvreert zijn brommer behendig door de kleinste gaatjes en er verschijnt een lichte glimlach rond zijn mond als ik mijn benen steeds vaster tegen de brommer klem omdat ik als de dood ben om andere weggebruikers te raken of geraakt te worden.

Na een paar angstige momenten maar zonder kleerscheuren kom ik veilig op de plaats van bestemming aan. Dit was mijn eerste boda-boda ritje, maar ik weet dat er nog vele zullen volgen.

donderdag 9 februari 2012

De wegen van Kampala



Het verkeer van Kampala.

Het eerste wat me opvalt of beter gezegd ‘overvalt’ in Kampala, de hoofdstad van Uganda, is de enorme verkeersdrukte. Voordat je het weet zit je er middenin en kun je het alleen nog maar verwonderend ondergaan. Personenauto’s, vrachtauto’s, matatu’s (gedeelde taxibusjes) en boda-boda’s (brommers) rijden als gekke Henkies door elkaar heen. Het is een mierenhoop maar dan zonder regels, alleen het recht van de sterkste geldt. Dit recht hangt voornamelijk af van de grootte van het voertuig, het kenteken (auto’s van de overheid dwingen respect af) en de snelheid waarmee het voertuig op kan trekken als ergens een ‘gaatje’ in de talloze files dreigt te ontstaan. Vooral dit laatste is in het voordeel van de brommer-boys die met gevaar voor eigen leven en die van hun klant, hun brommers overal voor en tussen duwen.

Al deze voertuigen bewegen zich voornamelijk in Kampala waar de hoofdwegen zoals Kampala-road, de levensader van de stad, geasfalteerd zijn. Vele andere wegen zijn beter te omschrijven als zandweggetjes met enorme gaten en deuken. Langs deze wegen is het ook nog eens een drukte van belang. Overal zijn winkeltjes en huizen gemaakt van golfplaten of takken met banenbladen op het dak. De handel in groente, fruit zoals mango’s, matooke (groene banaan) en avocado’s maar ook handgemaakte bedden en autobanden staat centraal langs de weg. Overal zijn eigenaren aan het wachten op de eerste of  volgende klant. Dit wachten gebeurt zittend, hangend en in vele gevallen liggend op de grond. Zodra een vage schim van een potentiële klant zich aandient, komen de eigenaren in actie. Sommige reageren pro-actief, anderen nemen bij voorkeur een passieve houding aan en moeten worden wakker gemaakt indien de schim een levensechte klant blijkt te zijn.

Al deze drukte vindt ook nog eens plaats in zinderende hitte van de knetterende Ugandese zon. Het is momenteel ‘dry-season’ wat inhoudt dat er in Kampala al maanden geen regen is gevallen. De zon heeft voorlopig ook nog wel even vrij spel want het duurt nog zeker een maand voordat de hemel opengaat.

De auto’s laten een spoor van rood stof achter als ze elkaar en de vele mensen langs de kant van de weg passeren. Na tientallen seconden verdwijnt de rode wolk langzaam en is alles en iedereen een tintje donkerder geworden.